De Arikara (ook
Arikaree, Ree) verwijst naar een groep Native Americans
die een Caddoan taal spraken en zij woonden vroeger in de
Missouri River valley.
Zij waren ook bekend als één van de belangrijkste
landbouwstammen.
Zij waren een semi-nomadische groep die honderden jaren
op de Prairie van Zuid-Dakota leefden. Het traditionele
leven van de Arikara was gebaseerd op landbouw en handel
met de PrairieIndianen in het westen. Hun voornaamste
gewas was graan ( of maïs ) en het was zo'n belangrijk
aspect in hun gemeenschap, dat het vaak als "Moeder's
Graan" werd aangeduid.
Zij verhandelden graan met jagende stammen, in ruil voor
bizonhuiden en vlees en zij waren actief bij het ruilen
met blanke handelaren, die hen vaak Rees noemden.
Zij leefden in met aarde bedekte hutten.
In de winter joegen zij op bizons.
Hun cultuur werd rond 1830 gedecimeerd door de pokken.
Arikara's dienden als verkenners voor Lt. Col. George
Armstrong Custer tijdens de Little Bighorn Campaign.
In 1876 begeleidde een grote groep Arikara, de 7e
Cavalerie, geleidt door Custer, dit keer op de Little Big
Horn Expedition.
Het waren de Arikara verkenners die vooraan waren toen
het dorp werd aangevallen. Verscheidene verkenners dreven,
zoals zij waren bevolen, Lakota paarden op en anderen
vochten naast de troopers. Drie Arikara verkenners werden
gedood: Little Brave, Bobtail Bull and Bloody Knife.
Zij zijn samengegaan met de Mandan en de Hidatsa. Deze
drie stammen delen nu het Fort Berthold Reservation in
North-Dakota.
|