Geschiedenis van de Prairie-Indianen
Oorlogsschild,  medicijnschild  en  geestendansschild
Objecten op het schild
 


English page

Stammen van de Prairie

Linkpagina

Gastenboek

 

Home page

De vlakten van Noord-Amerika

   
         


De Mandan noemden zichzelf
Numakaki ( Witte Indianen )

De Mandan stam vertoefden vaak langs de Missouri en de Knife Rivers en zettelde zich in het hedendaags Noord-Dakota, slechts te worden gevolgd door de Hidatsa en de Arikara.
Zij waren ook bekend als één van de belangrijkste landbouwstammen.


Mandan dorpen zijn het centrum van het sociale, geestelijke en economische leven van de Mandan indianen.
De dorpen zijn strategisch gelegen op bluffs, met uitzicht op de rivier voor defensie doeleinden.

De Mandan is het meest bekend door hun huisvesting wat werd verwezen naar de aarde onderkomens. Een Mandan aarden hut kon 10 tot 30 mensen per aarden hut herbergen en er waren gewoonlijk 120 aarden hutten in een woongemeenschap.
De opstelling van de aarden hut rond de centrale plaza vertegenwoordigde de sociale status van elk gezin.

De mannen uit de Mandan dorpen waren krijgers welke als hoofddoel de bizon was, maar zij joegen ook op herten, elanden, antilope, beren en watervogels.

Na Europees contact werden Mandan, Arikara en Hidatsa getroffen door verscheidene verwoestende pokkenepidemieën die hen bijna vernietigden. Onbeschermd tegen deze ziekten werden zij besmet. Gehele families, clans, leiders, geestelijke leiders en medicijnmannen stierven snel, meenemend veel van hun sociale, geestelijke ceremonieen en clanriten.

De volgende stamdivisie's en substammen waren:
Horatamumake (Kharatanunanke)
Matonumake
(Matonumanke),
Seepooshka (Sipushkanumanke)
Tanatsuka (Tanetsukanumanke)
Kitanemake (Khitanumanke)
Estapa
(Histapenumanke)
Meteahke
.


Terug naar de bovenkant van pagina